home arrow advocaten weblog arrow OM-strafbeschikking
OM-strafbeschikking

Sinds de inwerkingtreding van de Wet OM-afdoening op 1 februari 2008 bestaat er in Nederland de OM-strafbeschikking, kortweg de strafbeschikking genoemd. Dit betreft een nieuw soort strafafdoening waarbij er voor vervolging én bestraffing van een verdachte geen rechter aan te pas hoeft te komen. De officier van justitie kan bepaalde strafbare feiten vervolgen én bestraffen zonder dat hieraan een veroordeling door een rechter aan te pas komt! Een bij velen nog onbekend fenomeen en juist daarom hiervoor aandacht in onze weblog.

De Wet OM-afdoening wordt gefaseerd ingevoerd. Deze fasering bestaat uit gefaseerde invoering van onderdelen van de wet, gefaseerde invoering van categorieën strafbare feiten en een gefaseerde territoriale invoering. Momenteel wordt alleen in de arrondissementen Amsterdam en Den Bosch gebruik gemaakt van de strafbeschikking en dan nog enkel voor overtreding van art. 8 WVW (rijden onder invloed) waarvoor de officier van justitie dan enkel een geldboete kan opleggen. Vanaf 1 februari 2009 wordt de toepassing van de strafbeschikking al uitgebreid naar andere arrondissementen en kan de officier van justitie naast het opleggen van een geldboete ook overgaan tot het opleggen van een OBM (ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen). Op www.om.nl/strafbeschikking is nadere informatie te vinden over de gefaseerde inwerkingtreding. Uiteindelijk zal na de volledige inwerkingtreding van de Wet OM-afdoening door de officier van justitie voor alle misdrijven waarop een maximale gevangenisstraf van 6 jaren staat en voor alle overtredingen een strafbeschikking kunnen worden afgegeven. Daarom hier reeds een korte uiteenzetting van de procedure in het kader van de strafbeschikking.

Een strafbeschikking wordt uitgevaardigd door de officier van justitie. Deze heeft aan de hand van de zijn beschikbare gegevens vastgesteld dat een delict is begaan en op grond daarvan een straf bepaald. Vooralsnog kan de officier van justitie enkel een geldboete opleggen en vanaf 1 februari 2009 ook een OBM voor maximaal 6 maanden, maar in de toekomst kan de strafbeschikking ook een taakstraf van maximaal 180 uren, een onttrekking aan het verkeer, een schadevergoedingsmaatregel slachtoffer en bijzondere aanwijzingen (bv. een gedragsaanwijzing in de vorm van een stadionverbod) inhouden. Ook zullen deze sancties gecombineerd kunnen worden toegepast. Hieruit blijkt dat de sanctiemogelijkheid van de officier van justitie ver gaat. Indien de officier van justitie echter voornemens is over te gaan tot het opleggen van een taakstraf, een OBM, een gedragsaanwijzing, een geldboete of schadevergoedingsmaatregel van € 2000,- of meer dan moet de verdachte eerst worden gehoord. De verdachte kan hierbij worden bijgestaan door een advocaat. Wordt uiteindelijk de strafbeschikking aan de bestrafte uitgevaardigd en is deze het met de inhoud daarvan niet eens dat kan deze hiertegen in verzet bij het Openbaar Ministerie (het opleggend parket). Pas dan komt er een rechter aan te pas aangezien de zaak dan op een (reguliere) strafzitting zal worden behandeld. Wordt echter niet van de verzet mogelijkheid gebruik gemaakt, dan wordt de strafbeschikking van de officier van justitie onherroepelijk.

Vooralsnog heb ik in de praktijk nog geen kennis mogen nemen van een strafbeschikking. Hierin zal wellicht spoedig verandering komen zodra de strafbeschikking op grote schaal zal worden toegepast.Vermoedelijk zal deze vorm van strafafdoening nog voor enige beroering gaan zorgen. Het is immers niet de rechter die veroordeelt en vervolgens een straf oplegt, maar de officier van justitie. Dit kan als strijdig met de onschuldpresumptie worden bevonden. In het Nederlandse strafrechtsysteem geldt namelijk nog immer het uitgangspunt dat je voor onschuldig wordt gehouden totdat het tegendeel in rechte is komen vast te staan (art.6 lid 2 EVRM). Een afgeleidde hiervan is de rechtsregel in het Nederlandse Strafrecht waarin is bepaald dat enkel een rechter tot een veroordeling kan komen indien wettig en overtuigend is bewezen dat een strafbaar feit door een verdachte is begaan. Hier wordt mijns inziens door middel van de toepassing van de strafbeschikking volledig aan voorbij gegaan! Zonder dat er een rechter aan te pas komt kan de officier van justitie een verdachte “veroordelen”, een sanctie opleggen en dit enkel nadat de officier van justitie heeft ‘vastgesteld’ dat het feit door de verdachte is begaan. Wil de bestrafte dat zijn zaak alsnog voor de rechter komt, dan zal hij in verzet moeten gaan. Het komt er op neer dat de bestrafte dan voor schuldig wordt gehouden totdat het tegendeel in rechte is komen vast te staan. In die zin leidt de nieuwe vorm van strafafdoening dan ook tot een nieuw inzicht ten opzichte van de onschuldpresumptie?

Bronnen: www.om.nl/strafbeschikking
Aanwijzing OM-afdoening (2007A007)  
Artt. 257a-275h Wetboek van Strafvordering

22 december 2008 

Mr. J. Jacobs, advocaat

Van Zandvoort Advocaten  Oss



Commentaar
ToevoegenZoeken
Schrijf commentaar
Naam:
Website:
Onderwerp:
Security Image
Voer de anti-spam code in die in het plaatje staat.

Copyright (C) 2007 Alain Georgette / Copyright (C) 2006 Frantisek Hliva. All rights reserved.