home arrow advocaten weblog arrow Straat-en contactverbod
Straat-en contactverbod

Laatst had ik een zaak waarbij een ruim 80-jarige moeder het niet langer wenselijk vond dat haar ruim 50-jarige zoon bij haar bleef inwonen.Zij vorderde in kort geding ontruiming van de woning door haar zoon op straffe van een dwangsom.

Ouders kunnen (meerderjarige) kinderen van de ene op de andere dag de woning uitzetten, er bestaat geen woonrecht voor het kind (tenzij er sprake is van mede-eigendom van de woning of medeverhuur bij overeenkomst vastgelegd). Ook in dit geval diende de zoon, die nergens anders dan bij zijn moeder had gewoond, elders woonruimte te zoeken.

 Dat was dan maar zo, maar wat de zoon meer raakte was dat moeder naast de ontruiming ook een straat-en contactverbod had geëist, zij kon het om haar moverende redenen niet langer verdragen dat de zoon bij haar in de buurt verbleef.

Aan de dagvaarding was een verklaring van een buurtbewoner gehecht die stelde dat de zoon zich agressief jegens moeder had opgesteld, haar voortdurend ‘stalkte’ en af en toe zeer bedreigend over kwam. De Voorzieningenrechter wees de vordering van moeder toe. Een zeer trieste situatie voor de zoon. Moeder was op het moment dat de dagvaarding aan de zoon betekend werd al inwonend bij haar dochter en de zoon had nimmer met zijn moeder kunnen praten over het hele gebeuren. Moeder leek nauwelijks te beseffen wat voor een impact de hele situatie op de zoon had. Hoe de zoon ook probeerde contact te krijgen met zijn moeder, zij weigerde alle contact.  

Tijdens de zitting heb ik herhaaldelijk geprobeerd moeder zover te krijgen dat zij in ieder geval in gesprek zou gaan met haar zoon, al dan niet onder begeleiding van een derde of dat zij bijvoorbeeld samen met haar zoon een mediation-traject zou gaan volgen. Moeder weigerde en zoals gezegd werd de vordering dus toegewezen. 

Namens de zoon heb ik hoger beroep aangetekend tegen het in kort geding gewezen vonnis. Niet tegen de ontruiming, wel tegen het toegewezen straat-en contactverbod. Het vonnis werd inmiddels aan de zoon betekend en hij zou binnen veertien dagen na betekening de woning moeten hebben verlaten.  

Wat gebeurde er echter tot ieders verbazing: op de dertiende dag verscheen moeder bij de woning, zei dat ze niet langer uitvoering wenste te geven aan het vonnis en dat ze weer wilde samenwonen met haar zoon. Moeder en zoon hielden een goed gesprek en wonen weer bij elkaar. Het hoger beroep heb ik ingetrokken. 

15 januari 2009 

Mr. L. van Putten 

Van Zandvoort advocaten Oss

 



Commentaar
ToevoegenZoeken
Schrijf commentaar
Naam:
Website:
Onderwerp:
Security Image
Voer de anti-spam code in die in het plaatje staat.

Copyright (C) 2007 Alain Georgette / Copyright (C) 2006 Frantisek Hliva. All rights reserved.