home arrow advocaten weblog arrow Kennelijk onredelijk ontslag: XYZ ?!
Kennelijk onredelijk ontslag: XYZ ?!

Al eerder heb ik een stuk geschreven over de vergoeding die door de Kantonrechter kan worden toegekend bij de ontbinding van een arbeidsovereenkomst (aanpassingen kantonrechtersformule). Een arbeidsovereenkomst kan ook anders dan via een ontbinding door de Kantonrechter eindigen, één van de mogelijkheden is dat de arbeidsovereenkomst door de werkgever wordt opgezegd waarbij dan vooraf aan het UWV toestemming moet worden gevraagd voor de opzegging van de arbeidsovereenkomst.

Het UWV kan bij deze toestemming aan de werkgever geen verplichting opleggen tot het betalen van een vergoeding aan de werknemer. In de huidige recessie kiezen veel werkgevers er daarom voor om een arbeidsovereenkomst op deze manier te beëindigen. Via een achterdeur is het dan voor de werknemer toch mogelijk om alsnog een vergoeding te verkrijgen, indien de opzegging van de arbeidsovereenkomst kennelijk onredelijk is. Een werknemer kan dan via de zogenaamde kennelijk onredelijk ontslagprocedure aanspraak maken op schadevergoeding. Deze vordering dient te worden ingediend binnen 6 maanden na de dag waartegen de arbeidsovereenkomst is opgezegd. In de wet zijn voorbeelden gegeven van gevallen waarbij de opzegging door de werkgever kennelijk onredelijk kan zijn. In de meeste gevallen wordt door de werknemer gesteld dat de gevolgen van de opzegging / beëindiging van de arbeidsovereenkomst voor de werknemer te ernstig zijn ten opzichte van het belang van de werkgever bij opzegging (dit wordt ook wel het “gevolgencriterium” genoemd). Indien de rechter oordeelt dat de opzegging kennelijk onredelijk is geweest, komt de schadevergoeding aan de orde. De wet geeft niet aan hoe deze schadevergoeding moet worden berekend.

Lange tijd is niet duidelijk geweest op welke wijze deze vergoeding zou moeten worden berekend; sommige rechters vonden dat de schadevergoeding diende te worden berekend aan de hand van de kantonrechtersformule (in ontbindingszaken), anderen oordeelden dat dat niet strookte met de achterliggende gedachte van een schadevergoeding.

Op 7 juli 2009 hebben het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, het Gerechtshof Arnhem en het Gerechtshof Amsterdam de zogenaamde “hofformule” geïntroduceerd. Deze hofformule betreft een zogenaamde XYZ-formule, waarbij net als bij de kantonrechtersformule drie factoren met elkaar vermenigvuldigd worden. Daarbij staat de X-factor voor het aantal gewogen dienstjaren, welke X-factor gelijk is aan de A-factor van de oude kantonrechtersformule, zoals die gold tot 1 januari 2009 (dienstjaren voor het 40e levensjaar tellen voor 1, van het 40e tot het 50e levensjaar voor 1½ en vanaf het 50e levensjaar voor 2). De Y-factor staat voor het laatst verdiende bruto maandsalaris, te vermeerderen met vaste looncomponenten, welke Y-factor gelijk is aan de B-factor van de kantonrechtersformule. De Z-factor is de correctiefactor, waarin alle omstandigheden van het geval ten tijde van het ontslag worden gewogen. Uitgangspunt is dat de Z-factor 0,5 bedraagt en dat deze slechts in bijzondere gevallen hoger kan uitvallen. De uitkomst van de hofformule mag in beginsel niet hoger zijn dan de verwachte inkomensderving van de werknemer tot aan zijn pensioengerechtigde leeftijd.

De uitspraken van deze Gerechtshoven bieden zeer zeker handvatten en duidelijkheid voor de praktijk, echter de vraag is natuurlijk of ook andere Gerechtshoven zich zullen aansluiten bij deze formule, en/of deze uitspraken in cassatie (bij de Hoge Raad) stand zullen houden.

De tijd zal het leren!

13 augustus 2009


Mr. J.J. Lauwen, advocaat

Van Zandvoort advocaten Oss

 



Commentaar
ToevoegenZoeken
Schrijf commentaar
Naam:
Website:
Onderwerp:
Security Image
Voer de anti-spam code in die in het plaatje staat.

Copyright (C) 2007 Alain Georgette / Copyright (C) 2006 Frantisek Hliva. All rights reserved.