| Vervangende toestemming erkenning |
|
Laatst had ik een zaak bij de Rechtbank waarin het volgende speelde. Mijn cliënt had een relatie gehad waaruit een kindje was geboren, nu vier jaar oud. Cliënt had wel aangifte van de geboorte gedaan, maar had het kind nooit erkend. Op de een of andere manier was het daar nooit van gekomen.
Toen cliënt bij mij kwam voor advies heb ik hem gezegd bij de Rechtbank een procedure te beginnen om vervangende toestemming voor erkenning te verkrijgen en tevens een verzoek te doen tot het treffen van een zorg-en contactregeling (de oude ‘omgangsregeling’). Het was duidelijk dat hij een rol wilde gaan spelen in het leven van zijn kind. Het lukte hem niet om met de vrouw afspraken te maken. Vorige week was de zitting. Het bleek dat de vrouw het kindje nooit had verteld wie zijn echte vader was, het kind wist niet beter of de nieuwe partner van de vrouw was zijn vader. De Rechtbank vond dat een erg kwalijke zaak, ook de medewerker van de Raad voor de Kinderbescherming die tijdens de zitting aanwezig was, vond het in strijd met het belang van het kind dat de vrouw het kind nog niet had voorgelicht aangaande de situatie.De vrouw had aangegeven dit wel te willen doen, zij had hier echter nog niet het juiste moment voor gevonden.
De bijzonder curator die in deze zaak door de Rechtbank was benoemd, en die door de Rechtbank was gevraagd in het belang van het kind de Rechtbank te adviseren, had niet echt een eenduidig advies. Wel stelde zij dat het haar leek alsof de vrouw meer emotionele dan rationele argumenten aanvoerde. In principe was aan alle vereisten voldaan om het verzoek van de man (vervangende toestemming voor erkenning) toe te wijzen. Over een eventuele omgang werd niet geadviseerd. De Rechtbank liet niet echt heel duidelijk blijken wat zij dacht. Aan de ene kant ging zij mee met de Raad voor de Kinderbescherming en de man en stelde zij dat het in het belang van het kind is zijn roots te kennen. Aan de andere kant kon zij zich ook wel vinden in de argumenten van de vrouw dat zij nu zo’n beschermd leven leidde en dat het dus de vraag was of de man hier een plaatsje in moest krijgen, het kind zou het tenslotte ook allemaal maar moeten kunnen handelen. Ik zelf kreeg het gevoel dat de vervangende toestemming voor erkenning wel zou worden gegeven maar dat de Rechtbank eerst de vrouw de kans wilde geven dat te verwerken en een en ander een plaats in haar leven te geven en dan pas eventueel na wilde gaan denken om ook omgang toe te staan. Wellicht wordt het verzoek tot omgang zelfs wel afgewezen of wordt de Raad voor de Kinderbescherming gevraagd een advies te geven. Niet echt een makkelijke zaak, de uitspraak wordt over een paar weken verwacht. Ik kom hier op terug. 8 februari 2010
Powered by !JoomlaComment 3.12 Copyright (C) 2007 Alain Georgette / Copyright (C) 2006 Frantisek Hliva. All rights reserved. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
