| Schadevergoeding na vrijheidsbeneming |
|
Indien u verdachte bent geweest in een strafproces kunt u onder bepaalde omstandigheden een vergoeding krijgen voor schade die u hebt geleden als gevolg van voorlopige hechtenis, klinische observatie of inverzekeringstelling. Dat kan zo zijn als u tijdens de daaropvolgende zitting door de strafrechter bent vrijgesproken of wanneer u tijdens deze zitting door de strafrechter bent ontslagen van alle rechtsvervolging. Daarnaast is het mogelijk dat uw strafzaak al in een eerder stadium wordt geseponeerd of dat u van de officier van justitie een kennisgeving van niet verdere vervolging ontvangt terwijl u daaraan voorafgaand in voorlopige hechtenis hebt gezeten of in verzekering bent gesteld. Ook dan kunt u onder bepaalde omstandigheden hiervoor een schadevergoeding krijgen. Voorts kunt u voor schadevergoeding in aanmerking komen als er door de strafrechter wél een straf of maatregel aan u is opgelegd, maar op grond van een feit waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten. In al deze gevallen kunt u vergoeding verzoeken van zowel de vermogensschade als de immateriële (bijvoorbeeld psychische schade) die u hebt geleden door uw vrijheidsbeneming. Daartoe kunt u door ons kantoor een verzoekschrift tot schadevergoeding laten opstellen, dat – na ondertekening door u – door ons wordt ingediend bij de raadkamer van de rechtbank waarvoor uw strafzaak tijdens de beëindiging daarvan werd of zou worden vervolgd. Wanneer u voor gesubsidieerde rechtsbijstand in aanmerking komt, dan kunnen wij dit wellicht geheel kosteloos voor u doen. Dit verzoekschrift dient binnen drie maanden na de beëindiging van uw strafzaak bij de raadkamer van de bevoegde rechtbank te worden ingediend. De indiening van een verzoekschrift tot schadevergoeding betekent echter niet automatisch dat u de gevraagde schadevergoeding ook toegewezen krijgt. De raadkamer neemt een beslissing over uw verzoek. De raadkamer van de rechtbank kan oordelen dat u voor schadevergoeding in aanmerking komt, indien de volgende voorwaarden van toepassing zijn: In de praktijk worden door de raadkamer doorgaans standaardtarieven gehanteerd, indien zij van oordeel is dat u voor vergoeding van de door u geleden immateriële schade in aanmerking komt. In de regel geldt dat u aanspraak kunt maken op een bedrag van € 80,-- per dag die u als verdachte in een Huis van Bewaring hebt doorgebracht. Aangezien een politiecel oncomfortabeler is dan een cel in een Huis van Bewaring, wordt voor de dagen die in een politiecel zijn doorgebracht doorgaans een vergoeding van € 105,-- toegekend. Bovendien wordt voor elke dag die in beperkingen in een Huis van Bewaring of in een extra beveiligde inrichting (EBI) is doorgebracht, bovenop voornoemde standaardvergoeding van € 80,-- een vergoeding van € 25,-- per dag toegekend. Mocht u of de officier van justitie het niet eens zijn met de beslissing van de raadkamer, dan kan zowel de officier van justitie als u tegen deze beslissing in hoger beroep gaan bij het gerechtshof. Het hoger beroep dient echter wel binnen een bepaalde, in het Wetboek van Strafvordering geregelde termijn te worden ingesteld. Uw advocaat kan u daarover nader informeren. 2 maart 2010 mr. K. van Mierlo Van Zandvoort & Lauwen Advocaten, Oss
Powered by !JoomlaComment 3.12 Copyright (C) 2007 Alain Georgette / Copyright (C) 2006 Frantisek Hliva. All rights reserved. |
|||||
