| Het EK Voetbal begint! |
|
Op 7 juni a.s. zal de aftrap van het Europees Kampioenschap voetbal plaatsvinden, op 9 juni zal Nederland voor het eerst de arena gaan betreden. Vele denken met weemoed terug aan die mooie finale in 1988, waar Nederland van de USSR won door 2 mooie goals van Ruud Gullit en Marco van Basten. Nieuwe ronde, nieuwe kansen, succes Nederlands Eftal! We hopen natuurlijk allemaal dat Nederland wint, en dat er mooie wedstrijden te zien zullen zijn, waarbij sportiviteit hoog in het vaandel staat. Helaas is dat niet altijd het geval, zowel op het voetbalveld als buiten het stadion vinden ongeregeldheden plaats. Juridisch interessant, is de beantwoording van de vraag of de ene voetballer zijn tegenstander met succes aansprakelijk kan stellen, voor letsel dat hij tijdens de wedstrijd door toedoen van die tegenspeler heeft opgelopen. De Rechtbank ’s-Gravenhage heeft zich begin dit jaar over een dergelijke situatie moeten buigen, en kwam in die zaak tot het oordeel, dat de betreffende tegenspeler aansprakelijk was voor het letsel. Zie ook www.rechtspraak.nl LJN: BC3860, Rechtbank 's-Gravenhage , 287906 / HA ZA 07-1646. In die procedure stond vast, dat die tegenspeler een overtreding had begaan door het te laat inzetten van een sliding, namelijk nadat de bal door de andere partij was weggespeeld. De eisende partij had zijn vordering gebaseerd op de stelling dat de wederpartij onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld door, nadat eiser de bal had weggespeeld, met beide voeten op de rechtervoet van eiser te springen. Hierdoor heeft eiser ernstig letsel opgelopen. Het uitvoeren van de sliding nadat eiser de bal reeds had gespeeld en de bal aldus ongeveer 10 meter van eiser verwijderd was valt volgens eiser buiten de orde van het spel en is een grove schending van de spelregels. Daarnaast heeft eiser aangevoerd dat gedaagde door de politierechter veroordeeld is voor dit feit en dat een veroordeling door een rechter dwingend bewijs oplevert. De onrechtmatigheid van het handelen van gedaagde is daarmee gegeven, aldus eiser. Volgens de Rechtbank staat bij de beoordeling van een dergelijk geschil voorop, dat wanneer een deelnemer aan een sport als voetbal een ander letsel toebrengt tijdens een wedstrijd de vraag of deze ook onrechtmatig heeft gehandeld minder snel bevestigend beantwoord zal worden dan wanneer die zelfde gedraging niet in het kader van sport en spel zou hebben plaatsgevonden. De deelnemers aan een teamsport als voetbal hebben tot op zekere hoogte over en weer gevaarlijke gedragingen waartoe het spel uitlokt van elkaar te verwachten, terwijl deze zelfde gedragingen buiten het kader van de sport door de deelnemers aan het maatschappelijk verkeer als regel niet van elkaar behoeven te worden verwacht en mede daarom veelal niet aanvaardbaar zijn. Met andere woorden ligt de drempel voor aansprakelijkheid in sport en spel situaties hoger dan daar buiten. Dit enkele feit is echter onvoldoende om tot de conclusie te komen dat de actie van gedaagde jegens eiser onrechtmatig was. Het is wel een factor die meetelt in de beoordeling van de onrechtmatigheid. De actie van gedaagde dient daarnaast zodanig te zijn geweest dat deze buiten het normale risico valt dat men in een voetbalwedstrijd loopt. Er moet aldus sprake zijn geweest van een abnormaal gevaarlijke gedraging. De Rechtbank verwijst hierbij dan een uitspraak van de Hoge Raad (ons hoogste rechtscollege) van 28 juni 1991 (NJ 1992, 622), waarbij de Hoge Raad deze algemene regel reeds heeft geformuleerd. De rechtbank overweegt verder als volgt. In het dossier bevinden zich een aantal door eiser in het geding gebrachte verklaringen van aanwezigen bij de wedstrijd. Deze aanwezigen geven een omschrijving van hetgeen in hun visie is voorgevallen. De juistheid van deze verklaringen is voor wat de feitelijke gang van zaken betreft door gedaagde niet bestreden. Naar het oordeel van de rechtbank ondersteunen deze verklaringen de stelling van eiser dat van scrimmage geen sprake was, maar van een zware overtreding in een overzichtelijke spelsituatie. Gezien het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat er sprake is geweest van een abnormaal gevaarlijke gedraging, welke gedraging onrechtmatig was jegens eiser. De Rechtbank verwijst vervolgens tevens nog naar het feit dat de actie van gedaagde tot gevolg heeft gehad dat de KNVB, naar aanleiding van de rode kaart die gedaagde voor de actie heeft gekregen, heeft besloten hem voor 4 wedstrijden te schorsen. De overtreding wordt door de KNVB in de zich bij de processtukken bevindende brief van datum 2002 omschreven als 'het op grove wijze onderuithalen van een tegenspeler'. Ook deze omschrijving geeft weer dat het niet ging om een gewone, maar om een grove overtreding. Verder vindt dit bevestiging in het vonnis van de politierechter van datum 2003. Verder oordeelt de Rechtbank, dat nu het causaal verband, de schade en de toerekenbaarheid door eiser zijn gesteld en door gedaagde niet zijn weersproken, de vordering van eiser toewijsbaar is. In een van mijn volgende weblogs, zal ik uiteenzetten wat dit precies betekent. Voor wat betreft het EK: sportieve wedstrijden gewenst! 4 juni 2008 Mr. A.T.L. van Zandvoort Van Zandvoort advocaten Oss
Powered by !JoomlaComment 3.12 Copyright (C) 2007 Alain Georgette / Copyright (C) 2006 Frantisek Hliva. All rights reserved. |
|||||
