| Omgangsrecht voor niet-ouders |
|
Laatst belde een man mij op voor advies. Hij had geruime tijd (een jaar) als pleegouder gezorgd voor een pleegkind. Het pleegkind was voortdurend bij hem en zijn vrouw in huis geweest en er was een beperkte omgangsregeling met de echte ouders van het kind. Ik heb hem verteld dat de wet inderdaad de mogelijkheid biedt aan de Rechtbank te vragen een omgangsregeling vast te leggen tussen een minderjarig kind en een niet-ouder. Dergelijke omgangsregelingen worden ook wel eens verzocht door bijvoorbeeld opa’s en oma’s die om wat voor reden dan ook niet in de gelegenheid worden gesteld hun kleinkinderen te zien. Ook het minderjarig kind zelf kan overigens de Rechtbank verzoeken een omgangsregeling vast te leggen. Het criterium dat geldt voor het recht op omgang door anderen dan de ouders van het kind geldt dat er sprake moet zijn van ‘family life’ dat wil zeggen dat er sprake moet zijn van een nauwe persoonlijke betrekking tussen het kind en diegene die omgang wil. In casu is sprake geweest van voortdurende zorg en opvoeding waardoor de man die belde een goede kans maakt om een omgangsregeling vastgelegd te krijgen. Bovendien is sprake van een sterke hechting. Daarnaast geldt nog dat het belang van het kind zich niet tegen toewijzing van de omgang mag verzetten. Een kind dat 12 jaar of ouder is kan bezwaar maken tegen de gevraagde omgangsregeling. Ik heb de man die belde aangegeven dat hij eerst de gezinsvoogd moest benaderen om te vragen of er wellicht een mogelijkheid zou bestaan een omgangsregeling tussen hem en het pleegkind vastgelegd te krijgen, naar de Rechtbank gaan kan altijd nog. Ik heb niets meer van de man gehoord, dus hopelijk voor hem is het gelukt contact met zijn voormalig pleegkind te blijven onderhouden. 22 juli 2008 Mr. L. van Putten
Powered by !JoomlaComment 3.12 Copyright (C) 2007 Alain Georgette / Copyright (C) 2006 Frantisek Hliva. All rights reserved. |
|||||
