|
De ex-partner van een cliënte had haar kind voor diens geboorte erkend in de veronderstelling ook de biologische vader van het kind te zijn. Na DNA-onderzoek na de geboorte van het kind bleek echter dat de hij toch niet de biologische vader was van het kind. De ‘erkenner’ wordt echter conform de wet vermoed de verwekker van het kind te zijn. Niet is vereist dat dient vast te staan dat de deze daadwerkelijk de biologische vader is van het kind. Hierdoor wordt door de wet in wezen een juridische fictie gecreëerd. Nu cliënte deze juridische fictie niet in stand wenst te laten dient er een procedure te worden gestart om een en ander ongedaan te laten maken.
Deze procedure betreft de vernietiging van de erkenning conform artikel 1:205 van het Burgerlijk Wetboek. Indien een erkenner niet de biologische vader blijkt te zijn kan op verzoek van het kind, de erkenner, de moeder of in bepaalde gevallen het openbaar ministerie aan de rechter de vernietiging van de erkenning worden verzocht. De grond voor de vernietiging van de erkenning is dat de erkenner niet de biologische vader is. Daarnaast geldt nog een aantal voorwaarden waaraan, afhankelijk van het geval, dient te worden voldaan: - het kind kan vernietiging verzoeken, tenzij de erkenning tijdens zijn meerderjarigheid heeft plaatsgevonden; - de erkenner kan vernietiging verzoeken, indien hij door bedreiging, dwaling, bedrog of, tijdens zijn minderjarigheid, door misbruik van omstandigheden daartoe is bewogen; - de moeder kan vernietiging verzoeken, indien zij door bedreiging, dwaling, bedrog, of tijdens haar minderjarigheid, door misbruik van omstandigheden bewogen is toestemming tot de erkenning te geven. Tevens is het verzoek tot vernietiging van de erkenning aan termijnen verbonden. Deze termijnen verschillen per geval. In geval van bedreiging of misbruik van omstandigheden, dient het verzoek door de erkenner of door de moeder niet later ingediend te worden dan een jaar nadat deze invloed heeft opgehouden te werken. In geval van bedrog of dwaling, binnen een jaar nadat de verzoeker het bedrog of de dwaling heeft ontdekt. Het kind dient het verzoek in beginsel in te dienen binnen drie jaren nadat het bekend is geworden met het feit dat de erkenner vermoedelijk niet zijn biologische vader is. Indien het hiermee echter bekend is geworden tijdens zijn minderjarigheid, dan kan het verzoek nog worden ingediend tot uiterlijk drie jaren nadat het meerderjarig is geworden. Ingeval van tussentijds overlijden van de erkenner, de moeder of het kind geldt echter een afwijkende termijn in aanvang en duur. Is er sprake van vorengenoemde grond en voldaan aan de overige voorwaarden dan kan, binnen de van toepassing zijnde termijn, via een advocaat de rechter worden verzocht om vernietiging van de erkenning. Indien de rechter het verzoek tot vernietiging van de erkenning toewijst, heeft de vernietiging terugwerkende kracht. Het gevolg hiervan is dat, achteraf bezien, de erkenner nimmer de vader van het kind is geweest, waarmee de juridische fictie conform de werkelijkheid wordt doorbroken.
12 augustus 2008 Mr. J. Jacobs Van Zandvoort Advocaten Oss
|