| Inning van alimentatie |
|
Laatst kwam een cliënt bij mij die mij een brief overhandigde van een incassobureau. In deze overeenkomst was onder andere opgenomen dat de man € 200,- per kind per maand aan de vrouw zou voldoen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de twee minderjarige kinderen van partijen. De man had de overeenkomst in een uiterst emotionele toestand ondertekend, hij was erg ontdaan van het feit dat zijn relatie was verbroken en realiseerde zich niet goed wat hij deed. De man heeft nimmer een bedrag van € 200,- per kind per maand overgemaakt aan de vrouw, omdat hij veel gezamenlijke schulden diende af te lossen (hij had geen draagkracht) en daarnaast betaalde hij veel andere rekeningen ten behoeve van de kinderen. De vrouw sprak de man overigens nimmer aan op betaling van de in de overeenkomst vastgestelde alimentatie. Op enig moment echter (ruim drie jaar nadat de overeenkomst was opgesteld en ondertekend) ontving de man echter een brief van een incassobureau waarin hij gesommeerd werd om binnen vijf dagen na ontvangst van de brief het totale bedrag met terugwerkende kracht aan de vrouw te betalen. Het ging om enkele duizenden euro’s en tevens werd er gedreigd met executiemaatregelen (bijvoorbeeld het leggen van loonbeslag). Ik heb het incassobureau aangegeven dat het helemaal niet mogelijk is een dergelijke overeenkomst zoals partijen die hadden opgesteld te doen executeren nu daarvoor immers een gerechtelijke titel noodzakelijk is.Partijen hadden destijds eigenlijk de overeenkomst moeten laten bekrachtigen door een Rechtbank (althans voor wat het de vastgestelde alimentatie betreft) en dan had de vrouw wel een middel gehad om tot invordering van het bedrag over te gaan. Inmiddels heeft de vrouw een procedure gestart teneinde de Rechtbank alimentatie te laten vaststellen, tevens wordt in de procedure wederom met terugwerkende kracht (tot aan de datum waarop partijen de overeenkomst tot beëindiging samenleving hebben ondertekend) het totale alimentatiebedrag van de man gevorderd. Als verweer heb ik onder andere opgevoerd dat de behoefte van de kinderen dient te worden vastgesteld, dat was destijds ook niet gebeurd en daarnaast zal een draagkrachtvergelijking moeten worden gemaakt. De financiële omstandigheden zijn immers gewijzigd ten opzichte van de situatie toen partijen nog bij elkaar waren, zo is de vrouw meer gaan werken en woont zij samen met een zelfverdienende partner. Op de ‘draagkrachtvergelijking’ zal ik mijn volgende weblog ingaan. Mr. L.van Putten
Powered by !JoomlaComment 3.12 Copyright (C) 2007 Alain Georgette / Copyright (C) 2006 Frantisek Hliva. All rights reserved. |
|||||
