home arrow advocaten weblog arrow Aansprakelijkheid werkgever
Aansprakelijkheid werkgever

Op 23 oktober jl. hield Van Zandvoort advocaten samen met deurwaarderskantoor Seuren Van der Vlies en Van Heijnsbergen een bedrijfspresentatie. Als een van de sprekers hield ik een voordracht over schadevergoeding en goed werkgeverschap. Hieronder een gedeelte van de voordracht.

Bijna iedere werkgever is wel bekend met de regel dat de werkgever aansprakelijk is voor alle schade die de werknemer lijdt in de uitoefening van zijn werk, tenzij de werkgever kan bewijzen dat hij zijn veiligheidsverplichtingen volledig is nagekomen of de schade het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer (artikel 7:658 lid 2 BW).

Minder bekend is het gegeven dat heden ten dage veel aansprakelijkheids-vorderingen tegen de werkgever worden geënt op de beginselen van goed werkgeverschap ex artikel 7:611 BW. Advocaten hebben de laatste jaren de behoorlijkheidsnorm vertaald in financiële claims waardoor de norm werd ontwikkeld, want geld is nu eenmaal vaak de drijvende kracht achter de rechtsvorming.

Ik heb de lijst van aanmeldingen voor vandaag eens doorgenomen en daaruit is mij gebleken dat het merendeel van de mensen die hier vandaag aanwezig is zelfstandig ondernemer is, en in dat kader leek het mij goed om u te wijzen op de risico’s die u als werkgever loopt, terwijl u wellicht hier niet van op de hoogte was/bent. In dit kader zal ik me beperken tot de momenteel actuele materie van vorderingen tot schadevergoeding op grond van goed werkgeverschap bij ongevallen in verband met het werk.

De Kok/Janssens Schoonmaakbedrijf, Hoge Raad 17 november 1989, NJ 1990, 572. In neem u om te beginnen mee terug naar 19 december 1983. Op deze dag was werknemer De Kok samen met enige collega’s te werk gesteld in een kantoorgebouw te Breda en was hem door Schoonmaakbedrijf Janssens B.V. opgedragen de dubbele beglazing van dat kantoor te reinigen. Daartoe diende De Kok de binnenruiten uit de sponning te verwijderen. Dit was mogelijk dankzij een verende constructie van de bovendorpel waardoor te uit te nemen binnenruit uit de vaste onderdorpel kon worden gelicht waarna men die binnenruit uit de bovendorpel kon laten zakken, vervolgens diende de binnenruit in de verticale stand te worden weggezet. Terwijl De Kok één van die binnenruiten uit de sponning nam en wegzette, brak het ruit en viel een deel met het breukvlak op de binnenkant van De Koks’ rechterarm, waardoor hij gewond raakte. De Kok daagde zijn werkgever Janssens voor de rechter met een vordering tot schadevergoeding op grond van primair 7:658 en op de tweede plaats voor zover het eerste zou stranden op grond 7:611 (goed werkgeverschap). De zaak werd uitgeprocedeerd tot de Hoge Raad en de Hoge Raad formuleerde vrij duidelijk dat als de werkgever niet is te kort geschoten in de nakoming van zijn zorgverplichting zoals geformuleerd in 7:658 BW, er geen plaats is voor een op gebruik en billijkheid, dan wel op goed werkgeverschap rustende verplichting om aan de werknemer schadevergoeding te betalen.

Ik zal verschillende situaties bespreken die in toenemende mate op het werk zelf betrekking hebben zoals schade thuis, schade tijdens wachttijd, schade tijdens personeelsactiviteiten buiten het normale werk, schade tijdens woon- werkverkeer en tenslotte schade in het verkeer tijdens het werk.


Schade thuis:
De eerste situatie is die van een werknemer die thuis letsel oploopt in verband met het werk. Daar kennen we een uitspraak in de zaak van de Stichting Reclassering Nederland van de Hoge Raad uit 1999 (Hoge Raad 22 januari 1999, NJ 1999, 534, JAR 1999/44). In deze zaak werd een reclasseringsmedewerker bij hem thuis 40 keer met een ijzeren hamer op zijn hoofd geslagen door een cliënt. De reclasseringsmedewerker werd arbeidsongeschikt en stelde een vordering tot schadevergoeding in.

Vindt u dat de werkgever aansprakelijk te houden is voor de schade geleden door de werknemer?

De Hoge Raad laat in haar uitspraak duidelijk zien dat de werkgever voor aansprakelijkheid op grond van 7:658 BW de zeggenschap moet hebben over de gevaarlijke situatie. In de regel ontbreken deze zeggenschap en bevoegdheid als het gaat om de privé-situatie van de werknemer. Eventuele schadevergoeding op grond van goed werkgeverschap kan worden toegewezen, maar dan moet er wel sprake zijn van bijzondere omstandigheden zoals een situatie waarin de werkgever op de hoogte was van het feit dat zijn werknemer thuis een ernstig en specifiek gevaar liep en toch geen maatregelen heeft genomen.

Wat vindt u van de situatie als een werkgever zijn werknemer uitdrukkelijk opdraagt geheel of gedeeltelijk thuis te werken, is de werkgever dan ook voor die werkplek verantwoordelijk voor de veiligheid en aansprakelijk als de werknemer schade lijdt?

Hierover heeft de Hoge Raad tot op heden nog geen uitspraak gedaan maar in de literatuur wordt hiervan gezegd dat de werkgever ook in dit geval aansprakelijk zal zijn.

Schade tijdens wachttijd:
Vindt u dat u als werkgever aansprakelijk bent voor schade opgelopen tijdens het wachten tussen twee periodes van werken indien dit wachten niet thuis kan gebeuren?

Indien dit wachten gebeurt op het terrein van de werkgever en in opdracht van de werkgever kun je wellicht nog de zorgplicht construeren onder 7:658, zelfs al gebeurt het ongeval niet tijdens de werkzaamheden zelf.

Maar hoe zit het met het wachten op een terrein buiten de directe invloed van de werkgever?

Ik geef u het voorbeeld dat zich voordeed in 1998. Piloot De Kuijer heeft een KLM-vlucht naar Ivoorkust uitgevoerd. Hij zou enige dagen later terugvliegen. Tijdens de wachttijd tussen de heen en terugvlucht is hij in Ivoorkust bij een verkeersongeval betrokken geraakt, welk ongeval plaatsvond toen De Kuijer met een taxi onderweg was vanuit het hotel waar hij verbleef naar een restaurant. Bij het ongeval heeft De Kuijer een hoge dwarslaesie opgelopen waardoor hij arbeidsongeschikt is geraakt. Hij stelt KLM aansprakelijk voor de door hem geleden schade.

Wat vindt u, is de werkgever in dit geval aansprakelijk voor de schade van de werknemer?
KLM / De Kuijer Hoge Raad 18 maart 2005, rechtspraak van de week 2005, 46, JAR2005/100. De Hoge Raad was met de werknemer van oordeel dat KLM als werkgever op de hoogte diende te zijn van het telkens wisselende bijzondere risico in de plaats van bestemming en dat de werkgever als goed werkgever maatregelen moest nemen, namelijk het tot een minimum terugbrengen van de risico’s en vervolgens de betreffende werknemers effectief waarschuwen voor de bijzondere risico’s en de mogelijke gevolgen daarvan. Met andere woorden, de Hoge Raad vond de werkgever aansprakelijk voor deze schade.

Niet uit het oog dient echter te worden verloren dat in dit geval de werkgever zijn schade nergens anders vergoed kon krijgen, en deze uitspraak roept derhalve onmiddellijk de vraag op of hieruit een algemene regel valt af te leiden. Heeft de rechter misschien niet vooral een praktische oplossing gezocht om een zeer triest voorval van een oplossing te voorzien.

Personeelsuitjes:
Over de verplichte personeelsactiviteiten kan ik kort zijn, nu deze behoren tot het werk en dus met artikel 7:658 BW kunnen worden afgedaan. Maar wat als de werknemer ook niet moreel of informeel tot deelname verplicht is? Wat vindt u hiervan? Is de werkgever voor schade aansprakelijk van de werknemer?

Wat vindt u van een werkgeefster die een workshop rolschaatsen had georganiseerd in de hal van haar kantoor waar werknemers vrijwillig aan deel konden nemen. Werkneemster raakt ten val, is de werkgever hiervoor aansprakelijk? Hof Amsterdam (30 oktober 2007, JAR 2008/11) oordeelde het van algemene bekendheid is dat het rolschaatsen op een marmerenvloer zonder beschermingsmiddelen en instructie een risicovolle bezigheid is. Dit risico is ook naar algemene bekendheid aanzienlijker voor mensen op middelbare leeftijd die in geen jaren aan rolschaatsen hebben gedaan. De werkgeefster had onvoldoende gedaan om bescherming te bieden tegen het gevaar, maar ook om dekking te bieden tegen eventuele schade. Werkgeefster werd aansprakelijk geacht op grond van goed werkgeverschap. Ook hier zien we dat getoetst wordt aan het van te voren bekend zijn van het gevaar, zodat de werkgever maatregelen had kunnen nemen en dus de situatie in de greep had. Ook hier komt het verzekeringselement weer om de hoek kijken. Om tegemoet te komen aan het feit dat in sommige situaties het gevaar moeilijk valt uit te sluiten wordt de verantwoordelijkheid van een werkgever vertaald in een verzekeringsplicht.

Woon-werkverkeer:
We komen weer een stapje dichter bij het werk als we gaan spreken over over ongevallen bij het woon-werkverkeer.

Wat denkt u is de werkgever aansprakelijk voor ongevallen bij woon-werkverkeer? Nee, reeds eerder werd al uitgemaakt dat de werkgever hiervoor niet aansprakelijk is, zelfs niet als het gaat om een ongeval op een fiets vlak bij het terrein van de werkgever.

De volgende situatie bevindt zich echter alweer op een grensgebied, namelijk een situatie die wel dicht tegen de uitoefening van het werk aan lag. De Bont/Oudenhallen, Hoge Raad 9 augustus 2002, NJ2004, 235 JAR 2002/205. In deze uitspraak vond een auto-ongeluk plaats tijdens het gezamenlijk vervoer van een paar werknemers naar een verder weg gelegen bouwplaats. De werknemer chauffeur bleek als enige niet verzekerd en dreigde de schade niet vergoed te krijgen. De Hoge Raad veroordeelde de werkgever tot vergoeding van de schade onder verwijzing naar de nauwe band van het werk. Dit is weer een situatie waarin men bij uitstek kan denken dat het oordeel niet zozeer een algemene regel formuleert, maar meer individuele rechtvaardigheid beoogt, immers de drie andere werknemer waren wel verzekerd, dus het zou niet redelijk zijn als juist de chauffeur werknemer zonder schadevergoeding bleef.

Wat vindt u van de situatie als een werknemer de reistijd als overuren bij de werkgever mag declareren, is een werkgever dan wel aansprakelijk voor een ongeval tijdens dit woon-werkverkeer?

Knoppen/NCM, Hoge Raad 30 november 2007, Rechtsspraak van de week 2007, 1030, JAR2008/14. De Hoge Raad vindt de werkgever dan niet aansprakelijk. De Hoge Raad vindt dit toch echt een geval van woon-werkverkeer dat niet onder de aansprakelijkheid van de werkgever valt.

Nu de vraag wat het deelnemen aan het verkeer door de werknemer tijdens het werk betekent voor de aansprakelijkheid van de werkgever voor schade bij de werknemer zelf. Heeft artikel 7:658 daarop betrekking, met andere woorden heeft de werkgever dan zeggenschap over de situatie of niet? In principe is de regel dat de werkgever daarover geen zeggenschap heeft, maar ook daar zijn uitzonderingen mogelijk. Zo kunnen we de situatie voorstellen waarin een werknemer rijdt in een bedrijfsauto die niet veilig is, en als de werknemer dan schade lijdt is aansprakelijkheid op grond van 7:658 BW wel degelijk aan de orde nu de werkgever het immers in zijn macht had om de auto in goede en veilige staat te houden.

Hetzelfde geldt indien de werkgever de werknemer opdracht geeft om bij het rijden bijzondere risico’s te nemen, bijvoorbeeld in verband met spoedkarakter van de opdracht.

Maar wat als de werkgever het niet kan helpen maar de werknemer wel schade lijdt als gevolg van zijn werk?

Ik geef u het volgende voorbeeld: Maas/Akzo Nobel, Hoge Raad                     1 februari 2008, JAR 2008/56. Werknemer Maas van Akzo is onderweg naar Duitsland als hij als bestuurder van zijn personenauto betrokken raakt bij een verkeersongeval. Ten gevolge van dit ongeval heeft de werknemer schade opgelopen en Maas…. heeft de andere bij het ongeval betrokken partij, alsmede zijn wanverzekeraars aangesproken tot vergoeding van zijn schade. De Rechtbank heeft verklaard dat deze voor 50% van het ongeval geleden schade aansprakelijk zijn, wanneer werknemer spreekt zijn werkgever Akzo voor het resterende bedrag. Het hof oordeelde dat de werkgever weliswaar niet aansprakelijk was op grond van 7:658 BW, maar dat de werkgever in gevallen als onderhavige in beginsel steeds de gehele resterende schade van de werknemer moet dragen. Hier is de Hoge Raad het niet mee eens, maar de Hoge Raad probeert wel een oplossing te zoeken voor het gat in de arbeidsrechtelijke aansprakelijkheidsregeling en overweegt het volgende: de aan het gemotoriseerd verkeer verbonden voor velen met grote regelmaat gelopen risico’s van ongevallen, hebben met de tijd geleid tot een goede verzekerbaarheid van deze risico’s tegen betaalbare premies. In het licht hiervan moet worden geoordeeld dat de werkgever uit hoofde van zijn verplichting zich als een goed werkgever dient te gedragen, gehouden is zorg te dragen voor een behoorlijke verzekering van werknemers, wier werkzaamheden er toe kunnen leiden dat zij als bestuurder van een motorvoertuig betrokken raken bij een ongeval. 

De Hoge Raad heeft hiermede kort gezegd op grond van goed werkgeverschap een verzekeringsplicht in het leven geroepen.

Natuurlijk roept dit vragen op, nu hieruit weliswaar blijkt dat de werkgever verplicht is om de werknemer de verzekeren, maar hoever moet deze verzekering dan gaan?
Daarover zegt de Hoge Raad dat de omvang van deze verplichting nader vastgesteld zou moeten worden met inachtneming van alle omstandigheden waarbij in het bijzonder betekenis toekomt aan de in de betrokken tijd bestaande verkeringsmogelijkheden, waarbij mede van belang is of de verzekering kan worden verkregen tegen een premie waarvan betaling in redelijkheid van de werkgever kan worden gevergd, en de heersende maatschappelijke opvattingen omtrent de vraag voor welke schade een behoorlijke verzekering dekking dient te verlenen.

Je kunt je dan natuurlijk afvragen, kan de werknemer zichzelf niet verzekeren, en volgens de Hoge Raad kan wanneer voor de werkzaamheden gebruik wordt gemaakt van een eigen auto van de werknemer de werkgever ook volstaan door de werknemer financieel in staat te stellen om voor een behoorlijke verzekering zorg te dragen, mits hierover in de verhouding tussen de werkgever en de werknemer voldoende duidelijkheid wordt verschaft.

Concreet: de werkgever moet kunnen uitleggen welk deel van de kostenvergoeding die de werknemer krijgt, bestemd is voor verzekering en hij moet ook aannemelijk kunnen maken dat dit een reëel bedrag is, en moet werknemer daarover voldoende voorlichten. Gelet op al deze verplichtingen is het wellicht makkelijker om als werkgever zelf tot verzekering over te gaan. Want als je als werkgever tekort schiet ten aanzien van een van deze plichten dan ben je als werkgever ten opzichte van de werknemer aansprakelijk voor zover deze door die tekortkoming schade heeft geleden.

Verzekeringsmaatschappijen en werkgever zullen met elkaar aan de slag gaan om deze norm in te vullen om te bekijken tot welke bedragen een adequate verzekering dekking moet verlenen. De grootste nieuwe onzekerheid is voor welke gevallen je een verzekering moet afsluiten. Moet de werkgever nu ook werknemers verzekeren die zich op de fiets tussen het gemotoriseerde verkeer begeven, hoever moet de verzekering gaan voor mensen die in het buitenland opdrachten vervullen? Welke personeelsactiviteiten vallen wel en vallen niet onder de verzekeringsplicht en zo zullen zich nog veel meer vragen voordoen. Een uitdaging voor de verzekeringsmaatschappijen, die de Hoge Raad wel dankbaar mogen zijn.

Conclusie / afronding:
Uit de met u besproken uitspraken valt naar mijn oordeel af te leiden dat de zorgplicht van artikel 7:658 BW is beperkt tot de gevallen waarover de werkgever zeggenschap heeft. Dit heeft echter geleid tot een gat in de aansprakelijkheidsregeling, omdat de werknemer ook allerlei risico’s loopt door zich in verband met het werk te begeven in situaties waarover de werkgever geen zeggenschap heeft. Die situaties nemen alleen maar toe in aantal omdat veel werknemers ambulante functies hebben waarbij zij veelvuldig buiten de onderneming zelf actief zijn.

Dat gat wordt door de Hoge Raad in diverse uitspraken gedicht, over de band van het goed werkgeverschap ex Artikel 7:611. Maar in alle hierboven genoemde gevallen kon wel een tekortkoming van de werkgever worden gedestilleerd, hoe creatief ook gevonden en het goed werkgeverschap is derhalve geen hardheidsclausule voor zielige gevallen.

De eis van goed werkgeverschap speelt in ieder geval een volwaardige rol in het arbeidsrechtelijke aansprakelijkheidsrecht en zal met de Hoge Raad blijven meegroeien met de ontwikkeling van de samenleving. Wees dan ook niet verbaasd als u mij een concrete situatie voorlegt in de veronderstelling hierop een duidelijk ja of nee antwoord te kunnen verkrijgen, en ik u enkel kan mededelen dat dit nog niet is uitgekristalliseerd. Maar goed, aangezien advocaten samen met hun cliënt(en) het recht uiteindelijk maken zal het voor mij, samen met u dan een uitdaging zijn om uw standpunt voor de rechter te verdedigen.

23 oktober 2008

Mr. J.J.Lauwen, advocaat

Van Zandvoort advocaten Oss

 

 



Commentaar
ToevoegenZoeken
Schrijf commentaar
Naam:
Website:
Onderwerp:
Security Image
Voer de anti-spam code in die in het plaatje staat.

Copyright (C) 2007 Alain Georgette / Copyright (C) 2006 Frantisek Hliva. All rights reserved.